Historische bronnen

Genealogisch onderzoek doe je door raadpleging van allerlei bronnen uit het verleden, zoals parochieregisters, burgerlijke stand, bidprentjes, rouwbrieven, staten van goed, notarisakten, en nog veel meer. Enkele van deze belangrijke bronnen worden hier kort beschreven.

Parochieregisters

De parochieregisters zijn de primaire bron voor genealogische gegevens tijdens het ancien regime (tot de franse revolutie einde 18de eeuw). Ze werden opgestart na het concilie van Trente (1545-1563) en beginnen in het Land van Waas in 1568 voor de parochie Haasdonk, de andere parochies zijn pas later opgestart, eerst de dopen en de huwelijken, later de overlijdens.
Ze werden opgemaakt door de pastoors van de diverse parochies en bevatten informatie over "zielen": dopen, huwelijken en begravingen van de parochianen. Tegelijk vermelden ze dikwijls ook de dag van de geboorte en de dag van het overlijden. Ze leggen ook een link naar de "voorouders" door vermelding van ouders, echtgenoten en getuigen, bv.  doopgetuigen (peter en meter). Deze gegevens stellen ons in staat om onze voorouders te bepalen.

Burgerlijke stand

Met de franse revolutie werd het registreren in de burgerlijke stand ingevoerd en verplicht in de franse republiek. Wanneer de fransen in 1794 Vlaanderen en de zuidelijke Nederlanden inlijven na de overwinning op de Oostenrijkers in de slag van Neerwinden, voerden de fransen ook in het Land van Waas verplicht registratie in de burgerlijke stand in.
De aktes van de burgerlijke stand beginnen in het Land van Waas meestal vanaf 22 september 1796 of, volgens de republikeinse kalender, vanaf 1 Vendemiaire van jaar V van de Franse Revolutie. Deze aktes werden in deze beginperiode van de burgerlijke stand  in het frans geschreven. Het gebruik van de Franse kalender begon op 1 vendemiaire II (22/09/1793) en eindigde op 10 nivose XIV (31/12/1805). De Franse kalender had 12 maanden van 30 dagen, gerangschikt per seizoen: de herfst (vendemiaire, brumaire, frimaire) de winter (nivose, pluviose, ventose) de lente (germinal, floreal, prairial) en de zomer (messidor, thermidor, fructidor) om het jaar te vervolledigen 12x30=360, werden er "jour complementaire" toegevoegd 5 of 6 (schrikkeljaar). 
Sindsdien wordt de burgerlijke stand systematisch bijgehouden op eenzelfde manier, eerst tijdens de franse bezetting tot 1815 (Waterloo), daarna onder hollands bewind tot 1830, om uiteindelijk de Belgische burgerlijke stand te worden vanaf de onafhankelijkheid van België. Voor raadpleging van gegevens van de burgerlijke stand geldt momenteel een privacy verbod tot 100 jaar. Momenteel zijn dus enkel archiefgegevens tot 1916 in principe raadpleegbaar.

Staten van Goed

Een 'Staat van Goed' kan vandaag vergeleken worden met een erfenis-aangifte. Ze bestaat uit een overzicht van alle activa (bezittingen) en passiva (schulden). In de beginperiode (oudste rond 1540) was het een zeer summiere opgave van de gronden in eigendom, later (naar 1796 toe) waren het documenten verdeeld in verschillende hoofdstukken die een zeer uitgebreid overzicht gaven van alle bezittingen en schulden. Ze beginnen allemaal met een “prohemium” waarin alle “genealogische” gegevens in vermeld werden. Het is dit gedeelte dat ons het meest interesseert als genealoog en dat verwerkt werd in onze publikatie.

De meest “normale” staat van goed werd opgesteld bij het overlijden van man of vrouw, waarbij er een of meerdere weeskinderen achterbleven (dit wil zeggen kinderen jonger dan 25 jaar, ze konden zelfs ouder zijn dan 25 jaar maar dan ging het om mentaal gehandicapten). Deze staat had als bedoeling de rechten van de kinderen in de erfenis van de overleden ouder te vrijwaren. Er werd telkens een voogd aangeduid van zowel de moederlijke als de vaderlijke zijde. Deze laatste voogden waren ook verplicht op regelmatige basis een wezenrekening op te stellen, waarin de evolutie van activa en passiva werd genoteerd. De laatste wezenrekening werd opgemaakt bij het meerderjarig worden van de jongste wees.

Hoofdcijnsboeken

De Hoofdcijnsboeken van het Land van Waas (1250-1796) zijn afstammingslijsten in vrouwelijke lijn van "vrije" personen die hun vrijheids-status wilden bewijzen, in tegenstelling met lijfeigenen die toebehoorden tot een heer. De kerk garandeerde hun vrije status en de vrijen moesten daarvoor een jaarlijkse contributie betalen. De ontvangers waren niet geïnteresseerd in historische data en waren enkel geïnteresseerd in het weten of deze vrijen in leven waren en waar ze hen konden vinden om de contributie te kunnen opeisen. Daarom zijn er weinig tijdsindicaties in deze boeken.

Bidprentjes en Rouwbrieven

Bidprentjes en rouwbrieven zijn aankondigen die publiek zijn en kunnen over het recente verleden veel informatie aanbrengen bij genealogisch onderzoek. Naast volledige naam vinden we op een bidprentjes of op een rouwbrief, de naam van de overledene, samen met geboortedatum en plaats,  overlijdensdatum en plaats, de begrafenisdatum en plaats of de crematiedatum en plaats. Dikwijls ook indicatie van oudstrijder 14/18 en/of 40/45 indien van toepassing, soms ook beroep. Daarnaast namen van de partner(s) en/of eventueel de ouders (bij kinderen) en andere familieleden (rouwbrieven). De aanwezigheid van een “Foto” van de overledene is uiteraard een plus,